De historie van Vijlen.
De geschiedenis van Vijlen begon al heel lang geleden. Al voor het jaar 700 zeggen de schrijvers heeft al een kapelletje gestaan op de plek waar nu de Martinuskerk staat. En in het jaar 1016 schonk de Keizer van het Heilige Romeinse Rijk, Hendrik de Tweede, bezittingen aan de abdij van (Aken-)Burtscheidt. De akte is bewaard gebleven en bestond uit twee boerderijen en een villa gelegen in Villiam (Uilliam). Deze boerderijen waren de hoeve Vijlen, die hij van graaf Liuze had verworven en de hoeve Munnikshof met toebehorende andere hoeven.
Daarmee is Vijlen een heel oud dorp, ouder nog dan Vaals, Epen en Valkenburg, die pas in 1041 voor het eerst worden genoemd. (Mamelis is misschien nog ouder , maar daar zijn geen oudere jaartallen van bekend). De naam is in de loop van de jaren veranderd van (1016) Villiam (Uilliam) , via (13e eeuw) Villarus/ Villaris en (1179)Vilen, naar (1320-1396) Vylen, (1357) Wylen, ,(1564) Viylen, , (1840) Vijlhen en in de vorige eeuw Vijlen met twee puntjes. In het dialekt schrijven de vijlenaren Ville met twee keer l.
De naamsverklaring stamt van het romeinse Villa "boerderijlandgoed", of villare "bij een landgoed of herenhoeve behorend". de -n- kan als plaatsaanduidend suffix worden opgevat. De huidige schrijfwijze Vijlen, is een onjuiste vertaling in het Nederlands.
Volgens een lijst van ca. 1320 worden onder "Vylen" 20 bezittingen genoemd, waarvan 14 eigenaren cijnsen en/ of pachten aan de heerlijkheid Einrade (Nu Hoeve Einrade Holset 51-61) moesten afleveren. Hier waren ook bezittingen in Mamelis, Melleschet en Rott bij inbegrepen.Omstreeks 1320-1345 bezat de abdij Burtscheidt in en rond Vijlen 13 grotere percelen weilanden. In 1384 werd in Vijlen de schdknaap "Symon de Muro"als getuige ondervraagd. Blijkbaar bevond zich toen in Termoeren (zie boven) een adelijk 'huis'. In de heerlijkheid Vijlen was een schepenbankgevestigd, die in de hoeve Panhuis (-brouwerij) zitting hield. Onder het Staatse bewind wer de schepenbank bij de driebank Holset-Vaals-Vijlen met de zetel Holset gevoegd.
Vijlen als oorspronkelijke heerlijkheid bestond uit de zeven Rotten te weten Vijlen, Berg (+Hopschet), Camerig, Cottessen, Mamelis, Melleschet en Rott.
In de romeinse tijd bevond zich een villa aan de Kelderweg, die anno 2003 nog niet is uitgegraven. Mogelijk duidt ook de naam Ter Moeren (=naar ter muur, ten muuren=), die in de 14e eeuw in de vorm van "van der Murer"/de Muro"als Vijlense familienaam werd gebruikt. Deze naam draafgt het huizencomplex Vijlenstraat 39-45 waartoe ook een ander zich op de plaats van de huidige nrs. 47-49 binvindend ouder huis behoorde. De oorsprong van Vijlen is dus vermoedelijk Romeins.
Overigens bevindt zich ook in het gehucht Cottessen een huis "Termoere"genaamd.
De Buurtschappen rondom Vijlen.
Camerig (Komeresj)
1323/1338/1341 Caudenberg(h), 1384 Kaldenberg, 1320-1345 Kaydenberg, 1356 Caudenberg, 1665 Caumbergh. Betekent 'de koude berg' en duidt vermoedelijk op het feit dat de in de oostelijke helling van het Geuldal gelegen buurtschap door alle westelijke winden vrij bereiktkan worden en dus een koude hoek is. Ook de naam van de hoeve Windenberg/Winneberg, Wingberg lijkt hierop te duiden. [3040].
In 1323 is de eerste vermelding van een zekere 'Johannes van Caudenberg'als schepen van Vijlen. In 1384 werd Vijlen onder meer de schildknaap 'Goswinus de Windenberch' (van de gelijknamige hoeve) ondervraagd. Hij is al in 1369 als leenman van Wittem vermeld. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de hoeve vroeger een adelijk 'huis' en Wittems leen was. In camerig liggen de resten van een mogelijk romeinse ijzersmelterij.
Gelegen rond de wegen Camerig, Groenenweg, Lingbergweg en Epenerbaan, westelijk vanVaals, zuidwestelijk van Vijlen en zuidoostelijk van Epen, in de oostelijke helling van de Belletterbeek in het zuiden, de beek de Mässel in het Noorden, het Vijlenerbos in het oosten en de Geul in het westen. De Mässel is ook de grens van de gemeente Vaals. In 1665 werden de inwoners van Camerig onder Vijlen geregistreedrd. In 1840 waren er 28 huizen en 120 inwoners, In 2002 20 huizen en 55 inwoners.
Cottessen (Kotteze)
Oudere schrijfwijzen: Kottesen, 1325 Quoithusen, 1356 Quoythusen, 1373 Koythusen, 1384 Quoithusen, 1665 Quoodthuysen en 1740 Kothausen. Mogelijk worden hier bedoeld de tot de Bellethoeve als centrum van de laatmiddeleeuwse ontginning behorende 'kotten' (kleine hoeven), of de huizen van een persoon met de naam Quoit of dergelijke ('de kwaade'). Deze naam kwam als familienaam voor [3040]
Op de Bellethoeve (naam waarschijnlijk afkomstig uit Betuletum - 'berkenbos' ) is boven de monumentale poort van de carrehoeve een inscriptie aangebracht met het wapen van de abdij van Burtscheidt met de spreuk 'Dominus providebit': 'de Heer zal voorzien'. De grote hoeve Bellet, in 1323 'Betyt' geschreven bevond zich tot aan het einde van het feodale tijdperk in het bezit van de abdij van Burtscheidt. Vanit hier begonnen zeker de ontginningen in Cottessen en Camerig. In 1377,1389 en 1395 was Tieboyt/ Diebold/ Diebolt van Quolthuysen/ Quoithusen voogd van Aken- Burtscheid. De abdis van de zich daar bevindende cisterciëncerinnenabdij was grondvrouw van Vijlen. In 1384 werd in Vijlen onder meer de schildknaap 'Reynardus de Quoithuse' als getuige ondervraagd, in 1435 is de schildknaap 'Mathia de Quoethuysen vermeld. Het is duidelijk dat de drie genoemden adelijk waren en dientengevolge toen in Cottessen een adelijk 'huis' bestond.
Bij Cottessen komt de Geul vanuit België ons land binnen. In 1665 werden de inwoners van Cottessen onder Vijlen geregistreerd. In 1840 waren er 14 huizen en 96 inwoners. In 2003 18 huizen (in nog steeds 14 panden) en ca 45 inwoners. Bij de Geul vindt u ook de Cottessergroeve vlakbij de grens met België en stroomafwaarts, Kampgroeve Heimansgroeve. In deze groeves komt de carboongesteente als enige plek in Nederland aan de opervlakte. Bovenop het gesteente van de Heimansgroeve heeft het KNMI een ondergronds seismisch station.
Gelegen rond de weg Cottessen (die op de plattegronden ook Cottesserstraat/Boschbergweg/Ten Bosserweg en Bellitterweg wordt genoemd) zuidwest van Vaals, tussen de Cottesserbeek (Grensbeek) als rijksgrens met België (Sippenaken, Terbrugge) in het zuidoosten,Epenerbaan/Toeristenweg in het noordoosten, de Bellitterbeek in het noordwesten en de Geul met daarachter Epen in het zuidwesten.
Harles (Hales)
Harles wordt reeds in 1120/1133/1179/1322 en1323 als Harleis genoemd in 1323 Harles, Harle, in 1330 Hailis, 1356 Harles, 1320-1345 Harlis/ Harleis en 1665 Harlis.
De naam is vermoedelijk ontstaan uit Hariliacas, een Romaanse afleiding van een Germaanse persoonsnaam, met als betekenis toebehorend aan de persoon Harilo. Getuige de oude vorm met de aanvankelijk een Romaanse klankontwikkeling [3083]. Het gehucht is gelegen rond de weg Harles, (op sommige plattegronden ook wel Harlisserweg / Kelderweg/ Oude Akerweg word.) Volgens de vroegste inschrijvingen van ca. 1320 werden onder Haris 19 bezittingen genoemd, waarvan 13 eigenaren cijnsen en/of pachten aan de heerlijkheid Einrade (nu hoeve Einrade Holset 51-61) moesten afleveren. Van de daarbij genoemde 'Geerlach van Belvogel' kan mogelijk de naam van de huidige Belhof (Harles 14-15) zijn afgeleid. Rond 1320-1345 kreeg de abdij van Burtscheidt van zes inwoners van Harles zijnsen van hun bezittingen. Heer Arnoldus de Gymenig had deze cijnsen op 9 januari 1320 samen met het Kerperbos aan de abdij geschonken. In deze lijst wordt een zekere 'Winandus' als 'Heer van Harles' vermeld ('dominus de Halis'). Mogelijk was hij identiek met een in dezelfde tijd genoemde Winandus, boswachter van Harles ("Forestarius de Harlis'). Tussen ca. 1302 en ca. 1424 stierf 'Gatsinus'ridder van Harlis ('miles de Harles'). Dus moet zich vroeger in Harles een adelijk 'huis' hebben bevonden. Harles behoorde niet tot de Vijlener 'rotten' , wel tot de parochie Vijlen.
Gelegen ten zuidoosten van Vijlen en west-noordwestelijk van Vaals. Harles had in 1665 10 families met 56 bewoners, 1789 104 inwoners, 1840 23 huizen met 108 bewoners en 2002 30 huizen met 90 inwoners.
Mamelis( Mameles)
De vroegst bekende vermelding van 'Mamelines', waar zich toen al een molen bevond, dateert van 1243. 1384 Mameles, 1501 Mamelyss, 1665 Mamelis. Vermoedelijk ontstaan uit Mamiliacas met de betekenis 'nederzetting toebehorend aan de persoon 'Mamilo' [3083].
Het oudste gedeelte van Mamelis ligt in het dal van de Selser- of Sinselbeek of Senserbach ten oosten van de Rijksweg.Onmiddelijk tegenover de monding van de Mamelisserweg in de Rijksweg: twee "nieuwerwetse boerderijen' bevinden zich ten westen van de Mamelisserweg.
Vermoedelijk was in Mamelis het eerst een vroeg-middeleeuws ontginningsbedrijf op de plaats van de Mamelisserhoeve. In 1243 wordt reeds een molen vermeld, een hof Maemlois in 1392. Mamelis was een van de Vijlerner 'rotten', buurtschappen in de heerlijkheid Vijlen, en behoorde blijkbaar altijd tot de parochie Sint Martinus Vijlen.
De buurtschap Mamelis ligt rond de wegen Mamelis, Mamelisserweg en Rijksweg N278 Maastricht-Vaals, tussen Nijswiller en Lemiers ten noordoosten van Vijlen, noordwesten van Lemiers, Mamelis begint al ca. 750 m ten noordwesten van de kerk van Lemiers direct ten westen van de Halisserbeek, vanaf de schuurpapierfabriek Gelva. In 1840 had Mamelis 15 huizen en 128 inwoners, in 2002 25 huizen en 70 inwoners.
Melleschet (Mellesjet)
1323/ ca. 1320-1345 Mellence, 1341 Mellinchin, 1356 Melletzen, Mellesheym, Millesheym. Het is mogelijk dat de huidige naamvorm uit een heim-naam is ontstaan met de betekenis 'heim van...' bijvoorbeeld Mello. De oorspronkelijke naam kan niet 'woning bij het Malensbos' hebben bedoeld zoals sommigen opperen, omdat Melleschet niet bij het Malensbos (2,5 km verder weg) ligt of lag, maar in de nabijheid van het Vijlenerbos. Melleschet is een van de 7 'rotten' van Vijlen. Gelegen rond de weg Melleschet (op sommigge plattegronden Leunweg) ten westen van Vijlen. Dit zeer rustieke buurtschapje ligt in het dal van de Lomberg- of Mechelderbeek ten zuiden van deze beek.
Rott (Vijlen:"e gen Rott", Vaals:" i jen Rott")
Oudere schrijfwijzen Rot, 1665 'Rodt, 1840 en 1899 Roth. Rott betekent 'rode', 'rooiing' of ontginning. Rott behoort tot een van de 7 'rotten'' van Vijlen. Reden voor de verschillende uitspraak van Rott in het Limburgs: Tussen Vijlen en Vaals loopt een dialectgrens de zgn 'Benrather Linie' In de kom van Vaals spreekt met het Ripuarisch (Rijnfrankisch), hetzelfde als in kerkrade en de Stad Aken, Vijlen met zijn buurtschappen spreekt 'Nederfrankisch'.
In 1665 woonden in Rott (inclusief Mamelis en vermoedelijk Melleschet) 64 families met ca. 251 personen. In 2003 zijn in Tott aleen ca. 30 huizen en 80 inwoners.
Berg en Hopschet (Op gen Hopschet)
Berg is een van de 7 Vijlense 'rotten' en heeft een nog oud bestaand gedeelte genaamd Hopschet. Hopschet ontleend zijn naam waarschijnlijk aan 'Op Scheidt, 'op de Berg', vrij vertaald waterscheiding. Hopschet was tot 1990 een zijstraat behorende tot de Vijlenberg. Toen in begin 1990 een uitbreiding plaatsvond van deze zijstraat werd deze straat van Vijlenberg omgedoopt tot Hopschet. De in-ham van de Vijlenberg, gemarkeerd door een stenen kruis ligt op een hoogte, een groepje huizen die in de volksmond "Op ghene Hopschet" worden genoemd. Een Pittoresk stukje oud-Vijlen. Naar men zegt zou het vakwerkhuisje ( Hopschet 18) tot 2003 bewoond door Anneke Hounjet uit 1485 stammen. In het pand 'Gulpen' 12 (nu Hopschet 12) was heel vroeger een schooltje gevestigd waar "begiene" onderricht gaven. Het pand Jaminon op de hoek (Hopschet 10) en Nicolaye (Hopschet 8) hadden eertijds de funktie van verenigingslokaal. Aan het vakwerkhuis (Hopschet 6) gaf de vroegere bewoner Scheng Schwanen, de bijbelse naam "de Arc van Noach". Volgens de overlevering heeft de schuur van dit pand gedurende de bouw van de Sint Martinuskerk in de vorige eeuw dienst gedaan als noodkerk. Nu in gebruik als groepsaccommodatie met de naam "Op de Hopschet". (Vijlen-)berg en Hopschet ligt ten zuiden van de Martinuskerk in Vijlen. Berg (en onderdeel Hopschet ) bestrijkt het hoogstgelegen deel van het dorp Vijlen op ca. 200 m boven NAP. Hopschet had voor 1990 9 huizen en 8 gezinnen en21 inwoners.
Text grotendeels ontleend aan de uitgave " Op ontdekkingstocht door Zuid Limburg". Reisgids en naslagwerk voor toeristen en bewoners. Uitgeverij Filatop (streekreeks nr. 3) ISBN 90-803027-6-7 uitgave 2003.
Bronnen: [3040] St Tolberg heemkundevereniging.